Skip to content

Ludo Abicht in De Standaard: “Er moet een zweeppartij komen, links van de sociaaldemocratie”

donderdag 24 mei 2012

ImageAfgelopen weekend publiceerde De Standaard een uitgebreid interview met Ludo Abicht naar aanleiding van zijn boek over populisme en zijn kandidatuur op de Rood!-lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen. Sommigen zullen wellicht meningsverschillen hebben met elementen van wat Abicht zegt. Maar de kracht van linkse samenwerking bestaat niet uit het wegstoppen van die verschillen en discussies. We publiceren hieronder het interview.

‘De elite begrijpt het volk niet meer’

Wordt er betoogd? Circuleert er een petitie? Ludo Abicht is van de partij. In zijn nieuwe boek houdt hij een vurig pleidooi voor populisme. En in oktober staat hij op een radicaal rode lijst in Antwerpen. Een geëngageerd filosoof over kindergeld, indignados en vrijmetselaars.

‘Ik begrijp het niet goed’, zegt Ludo Abicht. ‘Ik heb het gevoel dat mensen nogal lijdzaam zijn, dat ze denken dat het hun tijd wel zal duren. Of, wat nog erger is, dat ze er toch niets aan kunnen doen. Er heerst een zekere dofheid bij de Europese bevolking. Zelfs in Griekenland. En dat vind ik erg, heel erg.’

Abicht is filosoof en activist. Wordt er ergens betoogd? Circuleert er een petitie voor de goede zaak? Abicht is van de partij. Al bijna vijftig jaar. In de jaren zestig verhuisde hij als prof naar de Verenigde Staten, waar hij aan de universiteit van Berkeley mee betoogde tegen de oorlog in Vietnam en voor de zwarte burgerrechten. Begin jaren tachtig kwam hij terug naar België en werd hij lid van de communistische partij. Later van Agalev.

Onlangs liet hij weten dat hij in oktober meedoet aan de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen, op de lijst van Rood!, de radicaal linkse formatie van ex-SP.A-militant Erik De Bruyn. Bij wijze van perfecte timing was zijn nieuwe boek net van de persen gerold: Gewoon volk eerst, een vurig pleidooi voor meer populisme. Lees: voor politici die de gewone mensen vertegenwoordigen.

Want dat gebeurt te weinig vandaag, vindt hij. De spanning in Europa bewijst de centrale stelling van zijn boek. ‘De elite en het volk liggen op ramkoers. En dat is al een hele tijd bezig. De elite heeft het nog altijd niet begrepen: ze heeft een bepaalde visie op Europa en zegt dat ze de belangen van het volk verdedigt, maar ze doet dat niet noodzakelijk in overleg met het volk. Toen in Frankrijk en Nederland een paar jaar geleden het ontwerp voor de Europese grondwet werd weggestemd in een referendum, reageerden Jean-Luc Dehaene en andere Europese toppolitici meteen dat mensen uit onwetendheid ‘nee’ hadden gestemd, omdat ze eigenlijk niet goed wisten waar het precies over ging.’

Is dat niet een beetje zo?

‘Als je mensen laat stemmen en je neemt de uitslag niet ernstig, schaf dan ineens de democratie maar af. Die referenda over de grondwet deden mij denken aan de eerste vrije verkiezingen in de Palestijnse gebieden, een paar jaar geleden. Daar was iedereen ook enthousiast over, tot ze zagen dat Hamas gewonnen had. Zoiets zie je vandaag in Europa: iedereen is voor verkiezingen, zolang de mensen maar voor de juiste partijen stemmen. Er worden op hoog niveau beslissingen genomen door allerlei verstandige mensen, die helaas geen rekening meer houden met wat er leeft bij het gewone volk. De kloof groeit, en de elite ziet maar niet dat mensen niet meer begrijpen dat zij het goed met hen voorhebben.’

Hoe gevaarlijk is deze crisis?

‘In elk geval dieper dan onze politieke leiders beseffen. Vorige week heb ik zowel Guy Verhofstadt als Karel De Gucht bijna dreigende taal horen spreken, met het geheven vingertje: de Grieken moeten goed weten wat er op het spel staat, anders zouden ze nog eens iets meemaken. Ik ben bang dat dat niet de juiste manier is om mensen te overtuigen. Als de elite begint te dreigen, worden mensen kwaad. Toen de pastoors eind jaren vijftig preekten dat je niet voor de Volksunie mocht stemmen, werd mijn vader, die nochtans een echte tsjeef was, razend en stapte hij uit de kerk.’

Is de elite een beetje wereldvreemd geworden?

‘Ik denk van wel. Ik heb enkele vrienden die voor Europa werken, en die durven mij niet te zeggen hoeveel ze verdienen. Omdat ze weten dat het te veel is. Onder mekaar praten zij op zo’n toontje alsof zij de verlichte elite zijn die wél nog begrijpt waarover het gaat. Ik word daar opstandig van. Dan denk ik altijd: is het echt zo moeilijk? Probeer het mij eens uit te leggen.’

‘Ik geloof in Europa, maar alleen als het een duidelijke meerwaarde heeft. Er zou van onderuit een gemeenschapsgevoel moeten worden opgebouwd. Ik ben niet tegen de euro, maar men ging er kennelijk van uit dat daaruit vanzelf een Europees gevoel zou voortvloeien. En het tegendeel is waar. Men gebruikt vandaag die euro om aan sociale afbraak te doen. En daar moeten we ons tegen verzetten.’

Bent u al begonnen aan de memoires van Jean-Luc Dehaene?

‘Nee, die ga ik niet lezen. Ik heb belangrijker dingen te doen. De manier waarop hij de laatste jaren veel geld verdiende, heeft mij een beetje gegeneerd. Net zoals die bonus van Bert De Graeve bij Bekaert, op het moment dat er net honderden mensen waren ontslagen. Dat doe je niet, vind ik.’

Waarom hebt u een boek geschreven om het populisme te verdedigen?

‘Omdat populisme te vaak wordt verward met demagogie. En dat is niet correct. Een demagoog is iemand die het volk leidt en misleidt. Een populist vertegenwoordigt de gewone mensen.’

Is Filip Dewinter een demagoog?

‘Ja, hem zou ik een demagoog noemen. Omdat hij de onvrede van bepaalde mensen uitbuit om andere mensen uit te sluiten. Geert Wilders in Nederland doet dat ook. Ik heb er een probleem mee als zulke mensen populisten worden genoemd. Een populist is voor mij iemand die vindt dat gewone mensen zoveel mogelijk de kans moeten krijgen om individueel en collectief over hun eigen leven te beslissen. En met gewone mensen bedoel ik: iedereen die hier woont en leeft.’

Iedereen kan toch zijn stem laten horen bij de verkiezingen?

‘Ja, maar dat is niet genoeg. Het is geen goed idee om politici telkens voor vier of vijf jaar carte blanche te geven. Als u vindt dat verkiezingen volstaan, dan is dat prima. Maar ik vind dat iedereen de kans moet krijgen om zich actief te bemoeien met het beleid. Door te betogen, door een petitie te ondertekenen, door lid te worden van een actiegroep.’

In oktober staat u in Antwerpen op de lijst van Erik De Bruyn, ex-SP.A-militant en stichter van Rood!; Waarom doet u dat?

‘Omdat de SP.A niet links genoeg is. En dat geldt voor heel Europa: de sociaaldemocraten verschillen nauwelijks van de liberalen. Ze hebben meegewerkt aan de sociale afbraak. Daarom moet er een zweeppartij komen, links van de sociaaldemocratie. Zoals de Volksunie en Agalev vroeger ook zweeppartijen waren, die misschien weinig macht hadden, maar veel invloed.’

Waarom wordt u geen lid van de PVDA? Die maakt in Antwerpen wellicht meer kans op een beetje succes dan de lijst van Erik De Bruyn.

‘Zolang de PVDA niet duidelijk is over het verleden en geen afstand neemt van Mao en Stalin, wens ik mij niet met die partij te associëren. Het is perfect mogelijk dat Erik De Bruyn in de loop van de komende maanden alsnog beslist om in kartel met de PVDA naar de verkiezingen te gaan, en misschien is dat strategisch gesproken ook het slimste. Maar dan zal het zonder mij zijn. Ik zou ze alle succes toewensen, en ik zou wellicht voor hen stemmen, maar ik moet consequent blijven.’

U bent vroeger toch lid geweest van de Kommunistische Partij?

‘Ja, toen ik midden jaren tachtig terugkwam uit de Verenigde Staten, kwam ik Jef Turf tegen en ben ik lid geworden van de KP. In Amerika had ik dat altijd geweigerd, hoewel ik daar veel heb samengewerkt met communisten. Daar zaten ze overal: in de vredesbeweging, de feministische beweging, de burgerrechtenbeweging. Maar die Amerikaanse communisten waren met handen en voeten gebonden aan Moskou. Zij waren verschrikkelijk dogmatisch. En dat kon voor mij niet. In België had de KP in de jaren tachtig al gebroken met Moskou.’

Was dat zo?

‘Dat was zo. Niemand geloofde ons toen, maar het was zo. Jef Turf was voor Moskou zelfs een verrader. Toen de partij uiteindelijk als een pudding in elkaar zakte, in 1991, was ik plotseling politiek dakloos. Toen ben ik lid geworden van Agalev, en heb ik een paar keer als onafhankelijke op hun lijst gestaan. Maar bij die partij voelde ik mij niet gelukkig.’

Waarom niet?

‘Te veel betutteling. Te veel controle. De KP kende een grotere debatcultuur dan Agalev. Zo ben ik uiteindelijk weer politiek dakloos geworden. Tot ik onlangs aansluiting vond bij Erik De Bruyn.’

Staat uw visie op de staatshervorming niet haaks op die van hem? U bent lid van de zeer Vlaamsgezinde Gravensteengroep, terwijl De Bruyn die voortschrijdende staatshervormingen een slecht idee vindt.

‘Het klopt dat wij op dat punt van mening verschillen. Voor mij zijn socialisme en flamingantisme altijd met elkaar verbonden geweest. De culturele strijd is altijd ook een sociale strijd geweest. De Gravensteengroep is overigens ontstaan uit het onbehagen van enkele mensen die het jammer vonden dat extreemrechts de Vlaamse Beweging had gekaapt. Dat vond ik ook onduldbaar. Je kunt perfect links zijn, en tegelijk voor meer regionale autonomie en confederalisme pleiten. Al mag meer autonomie natuurlijk niet ten koste gaan van de solidariteit. Dat is een punt van spanning in de Gravensteengroep.’

Hoe bedoelt u?

‘Dat niet ieder lid dezelfde sociale bekommernis deelt. Volgende maand komt een boek uit met al onze teksten en daaruit zal die spanning blijken. Ik ben een tijdje bezorgd geweest dat de Gravensteengroep te dicht bij de N-VA kwam. Ik wil de N-VA niet vergelijken met Vlaams Belang, dat zou niet correct zijn. Maar het is wel een partij die ik ook in een autonoom Vlaanderen ten zeerste zou bestrijden, omdat ze sociaaleconomisch neoliberaal is.’

Is Bart De Wever een populist?

‘Nee. Vlaanderen kent op dit moment geen echte populisten. Omdat populisme per definitie links is.’

Geef eens een voorbeeld van een linkse maatregel die u vandaag zou nemen?

‘De controle op de banken versterken. Een aantal domeinen vrijwaren van de oprukkende privatisering: gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer. De privatisering van de pensioenen die volop bezig is, ook met steun van de SP.A, vind ik schandalig.’

‘Nog een voorbeeld: Wouter Beke van CD&V zegt dat hij niet wil laten raken aan de kinderbijslag. Bravo, zou ik zeggen. Maar een linkse maatregel zou zijn die kinderbijslag te verhogen voor mensen die het echt nodig hebben, en af te schaffen voor mensen die dat niet nodig hebben. Mijn vrouw en ik hadden dat geld niet nodig om onze kinderen op te voeden. Wij gebruikten dat geld voor een extra reisje of om eens te gaan eten.’

Moeten linkse partijen het ook niet expliciet opnemen voor de achtergestelde groepen in de samenleving? Voor de allochtone gemeenschap, bijvoorbeeld?

‘Absoluut. Geen enkele partij durft het echt voor die mensen op te nemen. Ik ben een jaar of tien geleden, toen nog samen met wijlen Jaap Kruithof, uitgenodigd door Dyab Abou Jahjah, die ons vroeg of wij zijn politieke project wilden steunen. Wij hebben toen ja gezegd. Tot we hoorden dat hij ondertussen al aan het onderhandelen was met de PVDA, waaruit later dan de lijst Resist is voortgevloeid. Toen hebben we afgehaakt.’

U beschouwde hem niet als volksvijand nummer één?

‘Helemaal niet. Ik heb het altijd aangeklaagd dat men hem, na de rellen in Borgerhout eind 2002, in het parlement heeft veroordeeld. Dat was een flagrante schending van de scheiding der machten. Ik was er bij op die betoging in Borgerhout na de moord op Mohammed Achrak. Ik heb gezien dat hij die jongeren niet ophitste, maar net probeerde te kalmeren. Men heeft hem gelyncht en dat was een schande.’

Wat vindt u van de indignados?

‘Ik was ontzet over wat ze onlangs hebben aangericht. Laten we het zeggen zoals het is: de gebouwen van de Katholieke Universiteit Brussel hebben ze gewoon volgescheten. En ze hebben zich daar nooit voor verontschuldigd. Sorry hoor, maar dat vind ik erg. Ik heb soms het gevoel dat het maar een bende verwende kinderen is.’

‘Ik ben onder de indruk van het manifest van Stéphane Hessel, waar de indignados zich op baseren. Maar ik voel me erg onbehaaglijk als ik ze zie lopen. Wat de Gay Pride is voor de holebigemeenschap, zijn die indignados voor links. Ze zijn een beetje te provocatief. En als ik ze zie lopen, denk ik: daar zijn de bankdirecteuren van de toekomst.’

Een beetje zoals veel soixante-huitards later harde neoliberalen werden?

‘Juist. Mijn generatie spreekt soms met veel heimwee over die jaren zestig. Maar ik denk dat veel van de slogans van toen niet klopten. In de Verenigde Staten was een van de slogans: Do your own thing. “Adolf Eichmann did his own thing,, zei ik dan. Iedereen zijn eigen zin doen, dat is totaal immoreel. Ik ben voor een beweging die van onderuit begint, maar ik ben ook voor discipline. Dat is het drama van de anarchist: anarchie vereist een superieure vorm van zelfcontrole.’

In uw boek verwijst u vaak naar Marx. Bent u nog marxist?

‘Marx heeft een aantal zeer juiste dingen gezegd. Dat de volledig vrije ontplooiing van het individu een voorwaarde is voor de ontplooiing van de maatschappij. Dat het kapitalisme een noodzakelijke fase is in de ontwikkeling van de menselijke vrijheid. Maar dat we dat moeten overstijgen. Allemaal inzichten waar ik het mee eens kan zijn.’

U bent een vat vol tegenstrijdigheden. Als jongeman jezuïet, vandaag vrijmetselaar. Vriend van het Joodse volk, maar vechter voor de Palestijnse zaak.

‘Er zullen inderdaad vast veel Antwerpse Joden zijn die er niets meer van begrijpen: ik schrijf boeken over de Joodse cultuur en toch noemen sommigen mij een antisemiet. Ten onrechte, natuurlijk. Ik ben solidair met het Joodse volk en ben voor het bestaan van de staat Israël. Maar ik ben ook solidair met het Palestijnse volk en voor een leefbare autonome Palestijnse staat.’

‘De Joodse historicus Arno Mayer heeft dat eens prachtig gezegd: net omdat ik mijn familie heb verloren in Auschwitz, steun ik vandaag de Palestijnen. Noam Chomsky en vele andere van mijn Joodse vrienden zien dat ook zo.’

En hoe verklaart u dat vrijmetselaarschap van u?

‘Ik zocht een plek om tot rust te komen en eens te luisteren naar wat andere mensen te vertellen hebben. Dat doet mij deugd.’

Vindt u het niet een beetje hypocriet dat zoveel vrijmetselaars het opnemen voor de positie van de vrouw in de islam, terwijl…

‘Vrouwen in de meeste loges nog altijd niet welkom zijn? Ik ga volledig akkoord. Daarom ben ik twintig jaar geleden lid meteen lid geworden van een gemengde loge.’

Waarom wilt u per se altijd ergens lid van zijn? Waarom blijft u niet gewoon totaal onafhankelijk als intellectueel?

‘Ik wil mij engageren. Voor mij hoeven andere mensen dat niet te doen. Maar ik zou het laf vinden van mijzelf om aan de kant te blijven staan. Je moet jezelf als intellectueel ook kwetsbaar durven op te stellen.’

Ludo Abicht. ‘Gewoon volk eerst. Waarom populistisch en gemeen geen scheldwoorden zijn.’

Uitgeverij Houtekiet, 168 blz.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: