Skip to content

Het vermeende antwoord van Bart De Wever op de Antwerpse uitdagingen (Blog van Peter Veltmans)

donderdag 8 november 2012

Hoe de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen te Antwerpen ook beoordeeld mag worden, aan een aantal uitgangspunten voor het stedelijk beleid te Antwerpen kan niemand voorbij. De voorziene aangroei van de bevolking met pakweg 100.000 extra inwoners zal sowieso zorgen voor grote problemen op het vlak van kinderopvang, onderwijs, huisvesting, gezondheid, armoede en mobiliteit. Tegelijk is de financiële beleidsruimte niet zozeer beperkt, dan wel zo goed als onbestaande. Een oplossing vinden voor al die problemen is dan ook niet eenvoudig. Bart De Wever schreef een zogenaamde ‘formateursnota’ (het woord op zich getuigt overigens van slecht Nederlands) waarmee dit allemaal ‘geregeld’ zou moeten worden. Laten we proberen wat dieper op de inhoud van die nota in te gaan.
Analyse?

Wat opvalt in de nota De Wever is dat hij niet vertrekt van een analyse van de problemen en hun oorzaken om zo te komen tot het formuleren van oplossingen. Hij lijkt eerder in te zetten op een waslijst van soms heel concrete, maar meer nog van vrij vage ideeën. Deze afwezigheid van een analyse in de tekst wil overigens niet zeggen dat er geen analyse schuilt achter de tekst. Eerder integendeel. Het mag duidelijk zijn dat de uitgesproken rechts-conservatieve en tegen de ideeën van de Verlichting gerichte opvattingen van de N-VA-voorzitter zowat elke zinsnede onderbouwen, zonder dat dat echter ook uitdrukkelijk zo gezegd wordt. Het is uiteraard een oude en beproefde tactiek om de eigen zienswijze niet onder woorden te brengen. Zo wordt de indruk gewekt dat het gaat om een algemeen gedeelde zienswijze, die als het ware boven en buiten elke discussie staat.

Onderzoek en mogelijkheden

Om niet volstrekt eenzijdig over te komen, wordt veel van wat niet direct past in zijn zienswijze weliswaar aangeraakt, maar dan meestal onder de vorm van ‘te onderzoeken’. Zo komt het werkwoord ‘onderzoeken’ (en alle vervoegingen daarvan) 25 keer voor in de tekst. Het begrip ‘mogelijk’ (en afleidingen ervan zoals ‘zo veel mogelijk’, ‘mogelijkheden’, ‘indien mogelijk’, ‘mogelijks’, enz.) komt dan weer niet minder dan 55 keer voor. Meer dan genoeg om een schepen voor onderzoek van mogelijkheden aan te stellen, zo lijkt het wel.

Uitgaan van de grote problemen

Laten we een en ander nu eens in detail bekijken. We gaan daarbij uit van de grote problemen die zich de komende jaren zullen stellen voor de meerderheid van de Antwerpse bevolking, zoals daar zijn: de woningnood, de tekorten in het onderwijs en in de kinderopvang, de werkloosheid (vooral bij jongeren), de mobiliteitscrisis, de volksgezondheid (vooral inzake luchtzuiverheid en lawaaihinder), de armoede en tenslotte ook de financiën. Hoe denkt De Wever al deze uitdagingen aan te pakken?

Woningnood

De Wever begint met het probleem te erkennen: “De bevolking in Antwerpen groeit. Dit vraagt om een voldoende aanbod van betaalbare en kwaliteitsvolle middenklasse woningen en appartementen”. Het probleem is echter vooral dat hij geen werkbare oplossing(en) aanreikt. Wel is er een veelvoud aan vrome voornemens. Een bloemlezing maakt dit duidelijk: “De stad wenst een groter aandeel van eengezinswoningen in het woonaanbod om gezinnen aan te trekken”; “Om het aanbod op peil, de woningprijzen betaalbaar en de open ruimte groen te houden, wordt de densiteit in de nieuwe woonontwikkelingen voldoende hoog gelegd. Kwalitatieve en compacte hoogbouw vormt een deel van de oplossing in wijken als Nieuw Zuid en het Eilandje, en hiervoor is de hoogbouwnota het te gebruiken instrument”; “Bij voorkeur worden de nieuwe ontwikkelingsprojecten die nu in de pipeline zitten snel uitgevoerd: o.a. Nieuw Zuid, Regatta, Militair Hospitaal, Eksterlaar, Groen Zuid”. Abstractie makend van de betwistbare wenselijkheid van hoogbouw blijft de vraag wie er precies gaat zorgen voor het bouwen van al deze benodigde extra woongelegenheid en – vooral! – wie daarvoor de broodnodige financiële middelen zal ophoesten: de stad, de privé, de sociale huisvestingsmaatschappijen, het OCMW, …? Op die vraag blijft De Wever het antwoord schuldig. Toch kunnen we vermoeden dat hij (trouw aan zijn intieme overtuigingen) zo veel mogelijk wil inzetten op Adam Smith’s onzichtbare hand van de markt. Zo wordt er veel nadruk gelegd op het vereenvoudigen van de bouwcode, die als “te star” voorgesteld wordt. “Initiatieven” (lees: private initiatieven) mogen van De Wever immers “niet afgeremd worden”. Ook vergunningsprocedures “voor relatief onzichtbare ingrepen (o.a. zonnecollectoren, groendaken)” dienen verder “versoepeld te worden” (echter niet zo voor “aanpassingen die de kwaliteit van de gevel verlagen zoals schotelantennes” – deze “blijven verboden”). De Wever wil ook veel inzetten op samenwerking “met projectontwikkelaars” en “met de eigenaars”. Expliciet wil de N-VA-voorzitter ook het “aanbod op de private woonmarkt (versterken) om middeninkomens aan de stad te binden”. Daarbij wordt opgemerkt dat “de stad hieraan (kan) bijdragen door bij het aansnijden van nieuwe woongebieden specifiek aandacht te hebben voor betaalbare en kwaliteitsvolle eengezinswoningen en appartementen”. Wat er precies bedoeld wordt met dat “specifiek aandacht hebben” is wel veel minder duidelijk. De Wever wil naar eigen zeggen ook “de huisjesmelkerij hard aanpakken”. Daarbij wordt dan wel opgemerkt dat de AG Vespa (zowat het enige instrument waarover de stad beschikt om daadwerkelijk iets te doen tegen huisjesmelkerij) “steeds complementair (dient op te treden) aan de private sector. In geen geval zal AG Vespa in de plaats treden van de reguliere private markt”.

Sociale huisvesting?

Heeft De Wever ook aandacht voor de problematiek van de sociale woningen (waarvoor er een wachtlijst bestaat van zo’n 20.000 kandidaten)? Jawel, maar… ook hier kan men er stevige vraagtekens bij plaatsen. Zo wordt er over de genoemde wachtlijst niks (!) gezegd in het hele document. Wel getuigt de hele tekst van een enorm wantrouwen tegenover het cliënteel van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Impliciet wordt ervan uit gegaan dat er gesjoemeld wordt met de toewijzingsvoorwaarden en met de controle op sociale fraude. Bewijzen daarvan worden echter nergens gegeven. Expliciet worden diegenen die een sociale woning huren zonder het Nederlands voldoende machtig te zijn, bedreigd met een sanctie. Hoewel De Wever schrijft dat “bij het bouwen van sociale woningen steeds rekening (wordt) gehouden met de specifieke noden van senioren en personen met een handicap”, stelt de tekst ook overduidelijk dat “het huidige aandeel sociaal wonen in het (stedelijke) patrimonium constant (zal worden) (ge)houden op het huidige niveau”, hetgeen uiteindelijk betekent dat er geen nieuwe sociale woningen bij zullen komen. Nogmaals: ondanks de huidige wachtlijst van 20.000 personen! In het algemeen beschouwt De Wever “sociale woningen (als) een vorm van stimulans tot sociale mobiliteit” en “voor de meerderheid van de bewoners kan sociale huisvesting een tussenstation (!) zijn op weg naar de reguliere markt”. Eigenlijk is De Wever dus van mening dat sociale huisvesting slechts een tijdelijk (wellicht nood-)karakter kan of mag hebben… Omdat zelfs De Wever er niet om heen kan dat de huurprijzen op de private markt momenteel de pan uit swingen tot onbetaalbare hoogtes, “zal (de stad) eigenaars meer aanzetten om hun woning via een sociaal verhuurkantoor te verhuren zodat het aanbod van woningen aan een sociale huurprijs op deze wijze verhoogt. Op die manier verhogen wij het aanbod van betaalbare huurwoningen”. Hoe precies De Wever deze eigenaars daartoe gaat ‘aanzetten’, mogen we evenwel niet vernemen uit de tekst…

Onderwijs

De toename van de Antwerpse bevolking zorgt ook voor bijkomende noden in het onderwijs. Schattingen spreken van een tekort van meer dan 23.000 plaatsen voor leerlingen. De N-VA-voorzitter gaat grotendeels voorbij aan dit probleem en komt niet veel verder dan “de stad coördineert over de netten heen om het tekort aan plaatsen aan te pakken”. De noden aan extra onderwijzend personeel (die nog niet eens berekend werden) zullen worden aangepakt door een niet nader omschreven “actief rekruteringsbeleid”. De Wever zegt verder wel dat “bestaande schoolgebouwen duurzaam, ecologisch en energiezuinig gerenoveerd (worden)”, maar hij vergeet te preciseren hoe dat dan betaald zal worden. Ook wil De Wever dat “de stad in nauwe samenwerking met de private sector een technische campus (zal) uitbouwen op het knooppunt van stad en haven/industrie”. Ook hier blijft onduidelijk waar de financiële middelen vandaan zullen komen. Het stedelijk onderwijs komt niet ter sprake in de tekst (!), wat De Wever er evenwel niet van weerhoudt om toch een frontale aanval in te zetten op het pedagogisch project van het stadsonderwijs. “We gaan niet langer alleen uit van kansarme kinderen, maar houden ook rekening met de andere kinderen. Op die manier krijgen alle kinderen dezelfde kansen”, dixit de formateur. Waarmee hij volstrekt voorbijgaat aan het specifieke probleem van… de achterstelling van bepaalde bevolkingsgroepen. Of toch niet helemaal, aangezien De Wever vindt dat “een verlengde schooldag voor iedereen een meerwaarde (is), vooral voor leerlingen uit achterstandsgroepen (waarvoor) dit een belangrijke stimulans (kan) zijn”. Naar eigen zeggen “niet zozeer om jongeren ‘van straat te houden’, maar om kinderen, ook kansarme kinderen, via school de kans te geven om zich veelzijdig te ontwikkelen en hun talenten ten volle te ontplooien”. Anders gezegd: wie niet mee kan, moet maar wat meer uren op de schoolbanken slijten.

Schaarste

Gezien de schaarste aan beschikbare plaatsen in het onderwijs, stelt zich uiteraard ook het probleem van de inschrijvingen en van de vaak schrijnende taferelen die daarmee gepaard gaan. Hier abdiceert De Wever aan de sturende rol die een politieke overheid zou kunnen innemen. Zo lezen we dat “in gans dit verhaal de lokale overlegplatforms (LOP’s) een cruciale rol (hebben) op het terrein. Zij leggen immers vast hoe de procedure zal verlopen en welke percentages in het licht van de contingentering zullen gebruikt worden. Tot onze spijt stellen wij vast dat de middengroepen daar vandaag zo goed als niet in vertegenwoordigd zijn. De stad zal ijveren voor een schoolpopulatie die alle kinderen – al dan niet kansarm – vertegenwoordigt”. Veel aandacht is er verder voor het verwerven door de jongeren van het Nederlands “buiten de lesuren”. “Ochtend- en avondopvang voor kinderen van werkende ouders” zal worden “onderzocht”. Repressief optreden tegen spijbelgedrag ontbreekt evenmin, zonder al te veel in detail te treden.

Kinderopvang

Inzake kinderopvang worden er veel vrome wensen geuit. Zo “worden de wachtlijsten weggewerkt door het aantal beschikbare plaatsen drastisch te verhogen”. Ook zal de stad “streven (naar) 5.000 extra plaatsen door stad en private sector”. Hoe dat zal gebeuren en wie dat zal betalen, wordt er niet bij gezegd. Al bij al blijft de inspanning beperkt tot facilitering. Ook hier kan de N-VA-voorzitter zich niet inhouden om te benadrukken dat “Nederlands de omgangstaal blijft in alle kinderdagverblijven, zowel met de kinderen als met de ouders”.

Werkloosheid

De werkloosheid in Antwerpen behoort tot de hoogste van Vlaanderen (16 procent tegenover 7 procent). Voor jongeren is het nog erger: een op de vier Antwerpse jongeren is werkloos. Toch komt het woord slechts een (1!) keer voor in de hele tekst. Er staat enkel dat “de bestrijding van jeugdwerkloosheid wordt verder gezet door jongeren te stimuleren om verder te leren en een opleiding af te ronden. Het streefdoel moet zijn dat alle jongeren onder de 25 jaar een opleiding, een baan of een leer/werkplek vinden”. Hoe moet dit dan gebeuren? Door “activering”. Ook daar komt de als gebrekkig begrepen kennis van het Nederlands weer op de proppen. Dit wordt beschouwd als “de belangrijkste drempel voor een succesvolle intrede in de arbeidsmarkt”. Ook komt hier opnieuw het volgens De Wever “tijdelijk” karakter van sociale opvang om de hoek kijken: “een leefloon (nvdr: voor wie uit de werkloosheidsverzekering tuimelt) mag geen hangmat zijn, maar wel een tijdelijke opvang voor wie het echt nodig heeft”. Overigens, wie als studerende jongere geniet van een leefloon, zal afspraken moeten onderschrijven inzake de “te behalen resultaten”. Ze zullen ook “worden verplicht om een studentenjob aan te nemen tijdens het weekend of in de vakantie”. Elders in de tekst kunnen we dan weer lezen dat de stad haar personeelsbestand verder zal inkrimpen (door het niet-vervangen van ambtenaren die op pensioen gaan), hetgeen uiteraard de dienstverlening geen goed zal doen. Geen nood echter, want De Wever weet dat “de stad (vragende partij) is om langdurig werklozen te kunnen verplichten om hun specifieke kwaliteiten ter beschikking te stellen van de stadsdiensten, de gemeenschap of de sociale economie”. De op alles voorbereide partijvoorzitter weet ook al bij voorbaat aan wie hij de schuld gaat geven als zijn activeringsbeleid er toch niet voor zou zorgen dat de werkloosheid opgeslorpt geraakt. In dat geval waarschuwt hij de argeloze ‘genieter’ van de activeringspolitiek: “wie moedwillig te laat komt, voor problemen zorgt, opdrachten weigert, opleidingen verwaarloost, zal daarvan de gevolgen voelen”.

Mobiliteit

Iedereen weet dat de mobiliteitscrisis in Antwerpen van die aard is dat ze hoe dan ook een oplossing vergt. Veel opties zijn er echter niet. Ofwel stapt De Wever verder in het kader dat bepaald wordt door het onzalige compromis dat tot stand kwam in de schoot van de Vlaamse regering (behoud via ondertunneling van het dwars door de stad lopende en door de bevolking bij referendum afgewezen BAM-tracé). Ofwel kiest De Wever voor een andere en betere oplossing, waarvoor hij dan wel het Vlaams regeringscompromis op de helling moet zetten. Onnodig te zeggen dat De Wever als de rechtgeaarde conservatief die hij is de dingen liever bij het oude BAM-tracé houdt. Enkel inzake een mogelijke overkapping van de Ring doet hij een (heel kleine) toegeving – echter niet aan bevolking of actiegroepen, wel aan de liberalen van OpenVLD: “De stad zal verder onderzoek voeren naar de haalbaarheid en betaalbaarheid om de Antwerpse ring gedeeltelijk te overdekken door sommige bruggen te verbreden tot het Europees toegelaten maximum. De bijgekomen ruimte kan ingezet worden voor parkeerplaatsen, groene ruimte en stedelijke ontwikkeling (extra woningen, ruimte voor kantoren, grootstedelijke functies zoals de uitbreiding bouwcentrum en de verdichting aan stationsomgevingen, …).” Een taak dus voor de al eerder genoemde hypothetische schepen voor onderzoek van mogelijkheden. Voor de rest kiest De Wever voor een stad die vooral ruimte biedt aan de auto, waar voetgangers hun plan maar moeten zien te trekken en waar het openbaar vervoer tevreden mag zijn met een plaats in de marge.

Gezondheid

Gezien De Wever’s ‘visie’ op het mobiliteitsprobleem moet er niet te veel worden verwacht van zijn remedies voor de problemen van luchtzuiverheid en lawaaihinder. Naar analogie met de Amerikaanse Republikeinen komt hij niet veel verder dan het verleggen van de verantwoordelijkheid voor de luchtzuiverheid naar… de individuele burgers en/of gezinnen. Zo staat er letterlijk te lezen dat “de stad een informatiecampagne (voert) waarbij het stoken met houtkachels of open haarden bij windstilte of mist ten stelligste wordt ontraden in functie van de luchtkwaliteit. Bij bepaalde weersomstandigheden kan dit via politiereglement verboden worden.” Voor de rest is De Wever van mening dat “de haven (een) voortrekkersrol (heeft) op vlak van luchtkwaliteit” en deze ook dient te behouden. “Zo is er ruimte voor intelligent energieverbruik en -productie”, aldus nog De Wever. Aan lawaai en de hinder die daaruit voort komt, maakt de geachte partijvoorzitter dan weer helemaal geen woorden vuil…

Armoede

Hoewel iedereen het erover eens is dat armoede voor de samenleving in haar geheel en voor de stad in het bijzonder een van de grootste problemen is, komt het begrip slechts drie keer aan bod in de nota. Zelfs dan kan De Wever het niet laten om vooral de armen zelf en dus niet de armoede te stigmatiseren: “Actief opsporen en aanpakken van armoede en sociale ellende is belangrijk. Voorkomen is immers beter dan genezen. Gerichte bezoeken kunnen een middel zijn om fraude en wantoestanden te achterhalen. Deze informatie moet op een wettelijke manier benut kunnen worden in het correct inzetten van middelen en het straffen van fraudeurs”. Voor wat betreft de eigenlijke steun aan personen die zich in de armoede bevinden, is De Wever van mening dat het OCMW… best afgebouwd wordt. “Het OCMW focust zich op haar kerntaken: sociale dienstverlening, begeleiding en activering en een snelle doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt van de leefloners”. Ook hier zien we opnieuw De Wever’s obsessie met het tijdelijke karakter van sociale dienstverlening: “Sociale tewerkstelling is een belangrijke tijdelijke hefboom om opnieuw werkervaring en motivatie te vinden. Maar de sociale economie moet een tussenstap zijn. (Her)integratie in de reguliere arbeidsmarkt blijft het doel”.

Financiën

Door het feit dat de N-VA-voorzitter voornamelijk dingen wil afbouwen, krimpt de nood aan financiële middelen natuurlijk aanzienlijk. Dat neemt niet weg dat de financiële beleidsruimte voor de stad erg beperkt blijft. De oorzaken daarvoor zijn veelvuldig: door de globale maatschappelijke crisis en door de federale en regionale bezuinigingspolitiek krimpen de belastingontvangsten in heel het land, waardoor ook het Gemeentefonds krimpt. Antwerpen is voor een groot gedeelte van haar inkomsten afhankelijk van dat fonds. Door de daling van de belastingopbrengsten, dreigt ook de opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen te dalen. Een compensatie daarvoor zou gevonden kunnen worden in het verhogen van de belasting op de drijfkracht van bedrijven. De Wever – die het VOKA beschouwd als ‘zijn baas’ – is dat echter allerminst van plan. Integendeel, hij zou de belastingen voor bedrijven liever nog wat willen terugschroeven. In de woorden van De Wever: “prioritair wordt onderzocht hoe de belastingen op ondernemingen op een realistische, eenvoudige en rechtvaardige basis kunnen geheroriënteerd worden. Een arrest van het grondwettelijk hof van 2012 biedt de mogelijkheid om te belasten op draagkracht van een onderneming (bijvoorbeeld omzet). Deze heroriëntering zal onderzocht én voorbereid worden in nauw overleg met de betrokken sectoren”. Voor wie aan de uitkomst van dat ‘nauw overleg’ zou durven twijfelen, staat er ten overvloede bij dat “er een gunstig fiscaal ondernemingsklimaat (wordt) gecreëerd”.

Pensioenkost

Naast de dalende belastinginkomsten, zorgen ook de toenemende kosten voor gepensioneerde ambtenaren voor snel groeiende extra uitgaven. Nochtans wil De Wever daar nog een schepje bijdoen. “Ambtenaren die op pensioen gaan, worden slechts selectief vervangen”. Dat daardoor ook de bijdragen van de actieve ambtenaren in het betalen van die pensioenlasten achteruit zullen gaan is blijkbaar geen probleem.

Schulden

De N-VA-voorzitter gaat er prat op dat hij in de rangen van zijn partij iemand heeft als uittredend schepen voor financiën Luc Bungeneers. Van deze man wordt beweerd dat hij de stadsfinanciën uiterst goed beheerd heeft in de afgelopen twee legislaturen. De Wever gelooft zo erg in deze mythe dat hij zelfverzekerd schrijft dat “tegen het einde van de legislatuur (i.e. 2018) de historische schuld van Antwerpen volledig weg (gewerkt wordt)”. Ondertussen “wordt (er) aan schuldafbouw gedaan, niet aan schuldopbouw”. Goedgelovige zielen – waaronder niet weinig journalisten! – leiden daaruit af dat Antwerpen tegen 2018 volledig schuldenvrij zal zijn. Dat is nog maar de vraag. Enerzijds omdat De Wever alleen maar spreekt over het afbouwen van de ‘historische’ schuld, waardoor hij handig vermijdt te spreken over nieuwe schulden. Die zijn er echter wel, al was het alleen maar door het debacle van Dexia met de teloorgang van de dividenden uit de Gemeentelijke Holding. Het terugbetalen van die schade zal gemakkelijk duren tot 2024. Ondertussen wil De Wever echter ook wel wat concrete zaken realiseren (voornamelijk ten behoeve van de middenstand en vooral in de binnenstad) en… dat gaat natuurlijk ook wel wat geld kosten. Geen idee waar hij dat gaat halen.

Stratego

Met deze nota doet De Wever geen enkele poging om tot een werkbaar akkoord voor het bestuur van de Scheldestad te komen. Hij voert enkel een nummertje politiek stratego op. Hij weet zelf maar al te goed dat dergelijk project absoluut onverteerbaar is voor bijna al zijn gesprekspartners (enkel de OpenVLD kan er in meegaan). Dat bleek dan ook onmiddellijk: de Stadslijst van sp.a en CD&V, net zo goed als Groen schoten al meteen met scherp. De Wever heeft zo zijn pedagogisch nummertje voor de eigen achterban weer eens opgevoerd, waarmee hij aan die achterban nog maar eens kan uitleggen en aantonen hoe ‘conservatief’ en ‘anti-veranderingsgezind’ de anderen toch wel zijn. Zoals de tweede Bonaparte uit de Franse geschiedenis, kan ook deze Calimero nu in zijn hoekje wachten tot de steun van de slecht ingelichte goegemeente nog meer zijn kant opwaait. Dat de stad met haar inwoners ondertussen verder de dieperik ingaat, raakt hem daarbij nauwelijks.

Repressie

Een zaak is zeker: met deze man als burgemeester gaan we een periode met verscherpte sociale tegenstellingen tegemoet. De Wever zelf weet daar maar al te goed. Vandaar dat hij in zijn nota uitermate veel aandacht besteedt aan repressie op alle vlakken, gaande van GAS-boetes, over allerlei sociale controles tot uitbouw en versterking van de politie. Gecombineerd met de algehele uitzichtloosheid voor brede lagen van de bevolking zal dit op termijn zorgen voor meer en meer sociaal en ook syndicaal verzet. Ook daarvoor heeft De Wever een remedie: “Continuïteit in dienstverlening en afhandeling is enorm belangrijk. Elke staking die de haven volledig platlegt is nefast voor de concurrentiepositie. Stads- en havenbestuur overleggen daarom met de Regeringen over een minimumdienstverlening, zodat syndicale acties nooit leiden tot het blokkeren van de Antwerpse haven. In dit kader moet onder andere in overleg met alle betrokkenen de werking van het loodswezen en de douane worden geoptimaliseerd”.

Verzet

Vroeg of laat zal het verzet buiten de gemeenteraad een ontmoeting moeten hebben met linkse opposanten binnen de gemeenteraad en omgekeerd. Aan ons allen om daaraan langs beide kanten vanaf nu te werken!

(Bericht overgenomen van  http://weerbaarantwerpen.blogspot.be/2012/11/het-vermeende-antwoord-van-bart-de.html )

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: