Skip to content

10. Goed samenleven en diversiteit bevorderen

Antwerpen is een stad met een enorme verscheidenheid, wat ook tot uitdrukking komt in het zeer diverse landschap van de verschillende bevolkingsgroepen. Antwerpen is altijd een stad van migraties geweest, inheemse of van het platteland en vandaag uitheemse, van steeds verdere afstanden. Het Europese eenmakingsproject heeft nieuwe migraties mogelijk gemaakt. Op demografisch vlak zal niemand ontkennen dat migraties tot bevolkingsvernieuwing zorgen. Evenmin kan ontkend worden dat gastarbeiders en economsiche migraties bijdragen tot de welvaart van ons land, zij het dat de werk- en leefomstandigheden en de illegaliteit ook zorgen voor een inheemse sociale dumping (een soort delocalisatie die hier ter plaatse gebeurt).

De gevolgen van 30 jaar neoliberaal beleid en de huidige crisis laten zich pijnlijk voelen in Antwerpen: te weinig jobs, een tekort aan sociale voorzieningen, armoede,… De meest kwetsbare groepen in de samenleving ondervinden dit het hardst. Meer dan de helft van de allochtonen in Antwerpen leeft onder de armoedegrens en 50,6% van de Antwerpse werklozen is van vreemde origine. Bovendien is discriminatie wijd verspreid: zo bleek uit een steekproef dat 6 uit 8 interimbureaus op aanvraag van werkgevers allochtonen weigert voor jobs. Bovendien worden allochtone jongeren vaak geweigerd in populaire uitgaansmogelijkheden, is het met een vreemde naam moeilijker om aan een huis te komen enz.

Ook jongeren zijn de dupe van het huidige beleid. In Antwerpen is zowat een op vier jongeren werkloos. Dit gaat gepaard met een dalende kwaliteit van het onderwijs; er is een tekort aan schoolgebouwen, steeds meer vuilbakscholen, velen verlaten het onderwijs zonder middelbaar diploma,… De huidige beslissing om het stedelijk onderwijs te ‘verzelfstandigen’ zal de situatie er niet beter op maken. Recreatie zoals uitgaan, sporten, enz. wordt steeds duurder en is voor een groot deel van de bevolking onbetaalbaar.

Het antwoord van het stadsbestuur op al deze en andere problemen bestond erin repressief op te treden. Het De Coninckplein is een frappant voorbeeld: in plaats van de sociale noden in de buurt te vervullen, wordt er voornamelijk ingezet op het uitdelen van GAS-boetes en een gedwongen sluitingsuur voor horecazaken.

Diegenen die protesteren tegen zo’n beleid worden steevast geviseerd door het bestuur: het wordt de Occupy-beweging onmogelijk gemaakt te vergaderen of acties te voeren. Het verzet tegen het hoofddoekenverbod werd tevens onmiddellijk verboden door het stadsbestuur.

De sociale problemen en de toenemende onzekerheid in het leven als gevolg van de crisis creëren een klimaat van onverdraagzaamheid: klachten tegen overlast, verkeersagressie,… Het huidige beleid versterkt dit klimaat alleen maar en lost fundamenteel niets op.

De ondermijning van de maatschappelijke zekerheid houdt ook een risico in van groeiende naijver, en intolerantie. Tussen verschillende bevolkingsgroepen, maar ook tussen verschillende generaties. Hiervan bestaan talrijke symptomen. Denken we bijvoorbeeld aan medeburgers die zich verzetten tegen nieuwe tramverbindingen (het ‘not in my backyard’-syndroom), de groei van het aantal klachten inzake nachtlawaai, de toename van het aantal gevallen van verkeersagressie, de klachten tegen de ‘overlast’ van spelende kinderen, enz.

Om daaraan te verhelpen stelt Rood! voor:

  • Een actief antidiscriminatiebeleid zou voorrang moeten krijgen opdat elkeen een gelijkwaardige plaats bekomt als inwoner van de stad (gaande van onderwijs tot tewerkstelling, en het eigen stedelijk personeelsbeleid als voorbeeldfunctie);
  • Gelijktrekking van alle weekendsluitingsuren voor de horeca, ongeacht de wijk waar men zich bevindt; het verlenen van uitbatingsvergunningen voor horecagelegenheden laten afhangen van objectieve criteria (en dus niet van de voor- of afkeur van een minderheidsgroep);
  • Discriminatie op welke grond ook systematisch bestrijden, door het vervullen van maatschappelijk noden zoals huisvesting, werk, onderwijs,…;
  • Het organiseren van een systematische sensibiliseringsactie bij de lokale politie rond alle kwesties die samenhangen met racisme en racismebestrijding en het grote belang daarvan;
  • Het promoten van het gebruik van praktijktests bij interimkantoren, huisvestingsmaatschappijen, uitgaansgelegenheden, enz. om discriminatie vast te stellen en de vastgestelde feiten te gebruiken om hiertegen actie te ondernemen. In samenwerking met het onderwijs een grootscheeps actieplan opzetten om het politiekorps etnisch en cultureel meer heterogeen te maken;
  • Geïsoleerde wijken en buurten ontsluiten door een doorgedreven decentralisatie van de stedelijke dienstverlening en door buurtwinkels en lokale winkelstraten nieuw leven in te blazen door een actief winkelpandenbeleid te voeren dat erop gericht is de vestiging van buurtwinkels te ondersteunen, of van winkels die een ander aanbod creëren dan dat wat door de multinationale winkelketens wordt aangeboden, creatie van sociaal-ecologische winkelcentra;
  • De deelname van alle inwoners aan het maatschappelijke leven stimuleren door meer ruimte en middelen ter beschikking te stellen van de zelforganisatie van alle inwoners;
  • Investeringen in het openbaar domein minder richten op prestigeprojecten en meer op die wijken en buurten waar de noden het hoogst zijn, in het bijzonder in de districten, waar er een inhaalbeweging noodzakelijk is;
  • Alle jongeren de kans geven zich vanuit hun eigenheid in te schakelen in het wijkleven, door voldoende infrastructuur ter beschikking te stellen (speel- en sportpleinen, jeugdclubs, enz.);
  • Het in stand houden en uitbreiden van het jeugdhuizen en –centranetwerk in Antwerpen waar alle jongeren zonder enige vorm van discriminatie kunnen uitgaan;
  • Oprichting van een ‘publitheek’ in elk district. Een ‘publitheek’ is een totaal nieuw te vormen concept, een multimediaal ondersteuningsteam dat groepen van jongeren die een bepaald idee naar buiten willen brengen multimediaal ondersteunt. Daarbij worden een aantal (laagdrempelige) instapvoorwaarden geformuleerd: de groep moet een zekere omvang hebben (b.v. 10 personen), het idee moet een maatschappelijke relevantie hebben, het moet tegen de gangbare ideeën ingaan zonder kwetsend, haatdragend, racistisch of discriminerend te mogen zijn. Indien het initiatief een zekere mate van bijval kent, kan het vervolgens stadsbreed worden uitgedragen. Het idee mag maar moet niet politiek zijn.  Op deze manier stimuleren we jongeren om bij te dragen aan het maatschappelijke debat en aan de opinievorming;
  • Geleidelijke uitbreiding van de materiële ondersteuning van wijkgebonden feesten, georganiseerd door de wijkorganisaties;
  • Een sensibiliseringscampagne ontplooien naar inwijkelingen die langer dan 5 jaar in de stad wonen, dus stemrecht hebben, maar er niet altijd gebruik van maken;
  • Oprichting van een dienstverlenende stedelijke vluchtelingendienst;
  • Afschaffing van alle beperkingen inzake de vrijheid van democratische meningsuiting. Vrije meningsuiting en collectieve actie kan onder geen beding onder de toepassing van de GAS-regels vallen;
  • Samenwerken met vakbonden om discriminatie op de werkvloer te bestrijden.

 

Ga terug naar de inhoudstafel

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: