Skip to content

6. Betaalbare en degelijke huisvesting voor iedereen!

Wonen in Antwerpen is niet altijd even romantisch. De woonblokken of arbeiderswoningen van de randdistricten roepen een minder geromantiseerd beeld op dan de lofts of de herenhuizen van de binnenstad. Voor het merendeel van de bevolking is de huisvesting steeds duurder geworden. De wildgroei aan peperdure lofts gekoppeld aan de vastgoedspeculatie is nauw verbonden met de verdringing van middenverdieners naar de rand en het stijgend aantal daklozen. Dit zijn rechtstreekse gevolgen van het (gebrek aan) woonbeleid dat de afgelopen jaren door het stadsbestuur gevoerd is. Het stedelijk beleid is erop gericht zoveel mogelijk gegoede tweeverdieners te overtuigen in de stad te komen wonen. Als gevolg hiervan zal de minder gegoede kant van de samenleving steeds meer verdreven worden.

Het is tekenend dat prijzen van de woningen in Antwerpen nog sneller stijgen dan het Vlaamse gemiddelde. Waar een gemiddelde (koop)woning in Antwerpen in 2003 nog €99.204 kostte, is dat vandaag al €215.414, meer dan het dubbele! Welke modale Antwerpenaar kan dit nog betalen? Het stadsbestuur heeft gedurende een hele periode niets ondernomen om de stijgende woningprijzen te drukken. De enorme nood aan sociale woningen werd nooit vervuld.

Op dit moment bestaat 10% van de woningmarkt in onze stad uit sociale woningen. Dat is heel weinig: in Nederland, bijvoorbeeld, bedraagt dat gemiddelde 35%, in Groot-Brittannië 20%. Het rechtstreekse gevolg daarvan is dat momenteel meer dan 20.000 mensen in Antwerpen op de wachtlijst staan voor een sociale woning.  Voor een niet onbelangrijk deel van die mensen is de nood hoog: zij dreigen dakloos te worden als ze niet snel aan een woning geholpen worden. Bovendien is de kwaliteit van het wonen in heel wat sociale woningblokken vaak niet optimaal. Sommige blokken zijn oud en verkeren in slechte toestand. Daarnaast kopen huisjesmelkers verschillende minderwaardige woningen om ze dan door te verhuren aan hulpbehoevenden tegen woekerprijzen. Indien het beleid niets doet, zal het de verkeerde kant uit gaan. Maar indien een stedelijk beleid zelfs niet anticipeert op de toekomstige noden en de demografische ontwikkeling, dan riskeert de situatie écht te ontsporen. Sociale huisvesting is overigens niet enkel in het belang van de sociale huurders zelf, maar ook van hen die gebruik maken van de private huur- of koopmarkt. Nu dreigt de stad onbetaalbaar te worden voor jonge mensen die er een huis willen kopen. Een uitgebreid bestand van sociale woningen heeft een milderend effect op de vastgoedprijzen.

In zijn boek ‘Voor wat, hoort wat’, stelt burgemeester Patrick Janssens duidelijk wat hij hieraan wil doen. Hij wil de sociale huisvestingsmaatschappijen meer mogelijkheden geven om bewoners van sociale woningen uit hun huis te zetten. Het is duidelijk dat dit geen enkele oplossing biedt. Er is een belangrijk investeringplan nodig voor de Woonhaven als overkoepelend orgaan van de stedelijke huisvestingsmaatschappijen.

Rood! stelt voor:

  • Een massaal en georganiseerd investeringsplan om 20.000 woningen aan te bieden aan diegenen die er recht op hebben. De Stad heeft de plicht hen zo snel mogelijk aan een woning te helpen, hetzij door het bouwen ervan, hetzij door bestaande woningen en appartementen te renoveren. Het ombouwen van verkrotte en leegstaande huizen tot sociale woningen op basis van onteigening, gefinancierd door o.a. boetes voor de huisjesmelkers. Een dergelijk investeringsbeleid in sociale huisvesting zou trouwens ook een drukkend effect hebben op de torenhoge woonprijzen op de private markt;
  • Deze sociale woningen moeten voldoen aan de kwaliteitsstandaarden en een aangename thuis bieden;
  • Doorheen een door de Stad gecontroleerde sociale huisvestingsmaatschappij die over voldoende middelen beschikt, kan het stadsbestuur een sociaal woonbeleid te voeren, fraude en huisjesmelkerij voorkomen en optimale woonomstandigheden voor de bewoners verzekeren. De huurders moeten meer betrokken worden bij het beleid;
  • Terzelfdertijd moet de stad ijveren voor een herziening van de reglementering van de bestaande sociale huisvestingsmaatschappijen (een regionale bevoegdheid), zodat de huur voor een sociale woning kan worden teruggebracht tot niet meer dan 20% van het inkomen van de huurder;
  • Een einde maken aan de publiek-private samenwerking in de sociale huisvesting, voorrang aan financiering met publieke middelen, gespijsd door een progressieve stedelijke vastgoedbelasting op de verwerving van meerdere woningen of gebouwen door particulieren of vastgoedmaatschappijen;
  • Aangezien Antwerpen procentueel véél minder publieke studentenkoten telt dan andere studentensteden, waardoor studenten een groter beroep dienen te doen op de private huizenmarkt, zodat de schaarste daar nog bevorderd wordt: bouw van publieke studentenkoten en verhuur ervan aan sociaal redelijke tarieven;
  • Harde aanpak van huisjesmelkers en een einde aan de discriminatie op de woningmarkt: geen voorafgaande taaleisen voor kandidaat-huurders (rijke eurokraten worden hier ook niet aan onderworpen…);
  • Waken over de kindvriendelijkheid van woningen en woonomgevingen; aandacht besteden aan groenaanleg, vervoers- en ontspanningsgelegenheden in woonomgevingen;
  • Participatief beheer door huurders van sociale woningen introduceren, gesteund door zelfbeheerde budgetten en interpellatierecht van de vereniging om budgetten te herijken;
  • Voorrang voor wie de sociale noden het grootste zijn. Afschaffing van de reglementering op het verplicht ontruimen van een sociale woning ten gevolge van ‘ontvolking’ (door kinderen die het ouderlijk huis verlaten): voor een menselijke aanpak die vertrekt van voorstellen tot herhuisvesting, zonder verplichting;
  • Actiever gebruik maken van het ‘voorkooprecht’ om op die manier vastgoedontwikkelingen in wijken te sturen; participatie van wijkbewoners mogelijk maken;
  • Serviceflats inplanten in de eigen buurt, met een nadruk op kleinschaligheid en een voorkeur voor ‘gemengd’ wonen;
  • Bouwvallige huizen renoveren op kosten van de eigenaar, via een drastische versnelling van de procedure voor ‘werken van ambtswege’;
  • Het leegstaan van appartementen boven winkels ontmoedigen door het opleggen van een leegstandtaks die in verhouding staat tot de waarde van de betrokken winkels;
  • Opname van een luik ‘verzekeren van toegankelijkheid van woningen’ (in het bijzonder naar rolstoelgebruikers toe) in het plan voor openbare werken;
  • Streven naar een vereenvoudiging met meer doorzichtigheid van de diverse premiestelsels voor privérenovatie en restauratie van eigen woningen;
  • De diverse wettelijke premiemogelijkheden voor dergelijke renovaties breder bekendmaken;
  • Ervoor ijveren dat premiestelsels ook gericht worden op de sociaal zwakkere huiseigenaars;
  • Het verbieden van het aanbrengen van reclamepanelen op woningen en het enkel toestaan van reclamepanelen op ontspanningsterreinen indien de eigenaar van de panelen het onderhoud van het terrein op zich neemt (zoals gebeurt bij het sponsoren van voetbalclubs).

 

Ga terug naar de inhoudstafel

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: