Skip to content

Voorstelling: Walter Lotens

Mensen die mij kennen zullen het allicht een beetje vreemd vinden dat ik, ouwe krokodil zijnde én eeuwig politiek dakloze, mijn duwkracht wil inbrengen voor Rood! voor een dwerg (mét inhoud) tussen twee ‘titanen’. Stadslijst of N-VA? Lood om oud ijzer.

Als iemand van net geen zeventig heb ik nog ‘vliegende bommen’ op Antwerpen weten vallen. Ik ben opgegroeid in de koude-oorlogsjaren, maar ik weet nog zeer goed dat ik heb kunnen genieten van de voordelen van de welvaartsstaat die na jaren van vakbondsstrijd werden verworven. De vertaling ervan? Degelijk onderwijs, goede gezondheidszorgen, vastheid van betrekking en een goed pensioen. Het zijn stuk voor stuk zaken die voltooid verleden tijd zijn. Het vervelende is dat de meeste mensen zich daar amper van bewust zijn, want een hele ‘industrie’ is bezig een neoliberaal bewustzijn te creëren. Dat denken zit dieper in de hersenen van velen onder ons dan we wel zouden vermoeden. Populaire politici als Bart De Wever die schijnbaar een ander discours hebben, zijn er zelfs helemaal van doordrongen. De Vlaamse leeuw van vandaag ademt neoliberalisme uit met een postmodernistisch modeluchtje aan. Arm Vlaanderen, arm Antwerpen dat misschien met zo’n burgemeester zal worden opgezadeld!

Méér productiviteit, langer werken, maaltijdcheques om de sociale zekerheid te omzeilen en ga zo maar door, worden niet meer in vraag gesteld. Het is eerder dé vakbond met al zijn stakingen die de zwarte piet toegeschoven krijgt. Meer dan een eeuw sociale strijd die aan de basis ligt van de welvaartsstaat dreigt uit het collectieve geheugen te verdwijnen. Om die volksverlakkerij te keren is niet een beetje sociaaldemocratie nodig, maar een volledig nieuwe grammatica voor links. Er zijn geen dwarsliggers meer in de halfronden van de macht. Daarom is Rood! nodig in deze stad. Om lastige vragen te stellen over schuldenlasten waar wij als gewone burgers niets mee te maken hebben, maar ook om te verwijzen naar alternatieve modellen en plaatsen in de wereld waar men, met vallen en opstaan, bewijst dat het ook anders kan.

Coöperatief ondernemen

Als reactie op de excessen van het wilde vrijemarktdenken is er steeds meer belangstelling voor het coöperatief ondernemen. Het is zeker niet toevallig dat 2012 het internationale jaar van de coöperaties is. De coöperatieve sector wordt beschouwd als ‘een derde weg’ tussen vrije markt en staatscontrole. Naast de privé-onderneming, die gericht is op winst, en het overheidsinitiatief is er ruimte voor initiatieven van groepen van individuen die inspelen op gemeenschappelijke behoeften. Het is de expressie van een streven naar gelijkheid en solidariteit in het economische leven. Het Baskische voorbeeld van Mondragon en van het Andalusische Marinaleda bewijzen dat het kan. Ook in deze tijd. Coöperatief ondernemen is een verrassende combinatie van utopie en dagelijks realisme, van ondernemen met een ethische dimensie die van dag tot dag moet zorgen voor haar leefbaarheid in een vrije
markteconomie. Het is de opdracht van een progressief gemeentelijk beleid de coöperatieve sector in de eigen stad te stimuleren door een infrastructureel tapijt uit te rollen – goedkope ruimtes en leningen, maar ook aanbieden van knowhow en ervaringen – waarop nieuwe initiatieven zich kunnen ontwikkelen.

Antwerpen en…Bolivia

Vorig jaar ben ik opnieuw naar Bolivia gereisd om het boeiende, maar moeilijke veranderingsproces dat zich daar onder Evo Morales ontwikkelt, te kunnen volgen. Daarover gaat Pijnen van een Pachakuti, Bolivia onder Morales. Het is zeker geen ver-van-mijn-bed-show geworden, maar een intellectuele zoektocht naar ‘het goede leven’ en naar elementen voor een nieuwe grammatica van links. Het is ook geen kritiekloos hoera-verhaal geworden, want het proceso de cambio zoals het veranderingsproces in Bolivia genoemd wordt, verloopt met heel veel vallen en moeizaam weer opstaan. Maatschappelijke veranderingen roepen weerstanden maar ook hooggespannen verwachtingen op die niet meteen kunnen worden ingelost. Ook niet door een Morales die de laatste jaren zijn stevige voetbalbenen moet gebruiken om zich staande te houden. Toch is er, op een ogenblik dat er een sombere crisissfeer heerst in Europa, meer dan ooit perspectief en hoop in Latijns-Amerika. Terwijl men in landen als Bolivia een stukje welvaartsstaat probeert op te bouwen wordt dat model in het Westen (wegens te duur voor de concurrentiepositie) almaar sneller afgebouwd. Terwijl men in Bolivia overgaat tot nationaliseren om de woekerwinsten van aandeelhouders naar een verdelende staat af te leiden, betaalt de consument in Europa zich blauw aan energiefacturen en wordt een bedrijf als Electrabel nagenoeg vrijgesteld van belastingen. In Bolivia gaat het er anders aan toe. Nationaliseringsoperaties in Bolivia en Europa vertrekken van heel andere uitgangspunten. ‘Nationaliseren’ bij ons leidt niet tot een verkleining van de inkomensongelijkheid, eerder het tegenovergestelde want de verliezen die door overmoedig speculerende banken als Fortis en Dexia werden gemaakt, moeten door de kleine man weggewerkt worden. Volgens publicist Bernhard Ardaen kan de tijdbom Dexia nog 20 miljard euro kosten aan de Belgische belastingbetaler. Het moet gedaan zijn met een arrogante financiële wereld die haar verliezen afwentelt op politici en gewone burgers. Antwerpen heeft een historische schuld van ongeveer 1,1 miljard euro ( met jaarlijks een interestenlast van meer dan 100 miljoen euro!), wat neerkomt op 2662,80 euro per hoofd van de bevolking. Moeten wij dat blijven betalen? Nee, daarom eist Rood terecht een stopzetting van de afbetaling van de historische Antwerpse stadsschuld en het opleggen van een moratorium op de betaling van interesten op die schuld. De 20,4 miljoen euro aan aandelen die het stadsbestuur investeerde in de Gemeentelijke Holding is na het Dexia-debacle als sneeuw voor de zon verdwenen. Dat is geld van de Antwerpenaren. Daarom is het gerechtvaardigd een rechtszaak tegen de beheerders van de Gemeentelijke Holding te beginnen om compensatie te bekomen voor de verliezen. Terwijl in Europa de gemiddelde pensioenleeftijd almaar hoger wordt, vermindert Bolivia die leeftijd van 65 naar 58 jaar en voor vrouwen met drie kinderen zelfs tot 55 jaar. Dat is een voorbeeld van ‘het goede leven’. Het gaat in het leven niet alleen om productie of – erger nog – geldaccumulatie. Dat weet men tot in de hoge Andes blijkbaar beter dan bij ons. Ook het pensioenstelsel is genationaliseerd en uitgebreid naar de drie miljoen mensen – 60 procent van de werkende bevolking – die werken in de informele sector, zoals straatverkopers en buschauffeurs. ‘We creëren een pensioensysteem dat niemand uitsluit,’ zei Evo Morales. Bolivia maakt een inclusiebeweging naar zijn bevolking toe terwijl in het Westen uitsluiting troef is. Ook in Antwerpen dat liever stralende gebakken A-lucht verkoopt en de sociaal kwetsbare groepen opzadelt met razzia’s en GAS-boetes in plaats van de oorzaken van armoede en uitsluiting aan te pakken.

Sociaal doet stralen

‘Ik vind dat er in mijn geboortestad nood is aan een socialisme-van-onderuit. Ik stel me vragen bij dat opgeklopte, kunstmatige A-gevoel dat alle Antwerpenaren zou moeten verbinden. Deze slogan versterkt volgens mij in de eerste plaats de elitaire yuppietrend van de nieuwe Eilandjebewoners en hun gefortuneerde loftbezitters die comfortabel leven in een neoliberale luchtbel. Armoede, wat is dat? Wie echter ‘’t stad is van iedereen’ durft te zeggen, moet in de eerste plaats werk maken van een sociaal Antwerpen met een uitgebreide sociale huisvesting – een investeringsplan voor 20.000 woningen moet de ambitie zijn! – en sportinfrastructuur, een goede begeleiding van jongeren en een kwalitatief sterk en goed uitgebouwd onderwijs (en dat is geen onderwijs voor de besten, maar wel onderwijs waar iedereen beter van wordt!) Ten tweede moet er resoluut gekozen worden voor het meccanotracé om het drukste verkeersknooppunt van Europa uit een ongezond en verscheurd Antwerpen te halen. De overkapping van de Ring biedt tevens grote mogelijkheden voor stadsuitbreiding voor de straks 600.000 inwoners. Het Antwerpse mobiliteitsdossier is te belangrijk om aan enkele arrogante politici overgelaten te worden die de eigen partij belangrijker vinden dan een gezond leven voor de Antwerpenaar.

Dynamiek aan de basis

Ten derde moeten de voorwaarden gecreëerd worden om ‘’t stad is van iedereen’ waar te maken. In plaats van de ambtenaren op te sluiten in trendy Belltorens moeten zij veel meer aanwezig zijn in de districten en de wijken. Decentralisering van bevoegdheden is een voorwaarde om een participatieve democratie mogelijk te maken. Oud- en nieuwkomers in deze stad hebben geen gemeenschappelijk verleden, maar ze hebben wel een gemeenschappelijke toekomst en die zal zich voor een niet onbelangrijk deel afspelen in de straat, de wijk, het district, de stad waar zij samen wonen. Het beter en leefbaarder maken van de eigen woonomgeving is een gezamenlijke opgave voor iedereen, van welke origine men ook is. In ‘Het vacuüm van de kosmopoliet’ heb ik het verhaal van een aantal nieuwkomers opgetekend voor wie Antwerpen de stad van aankomst is geworden. Hun stemmen over vermenging klinken steeds luider in deze kosmopolitische stad. Het wordt de grote uitdaging om een sociale samenhang en een sociale solidariteit te ontwikkelingen tussen oud- en nieuwkomers met respect voor de diversiteit in de stad.

Daarom moet de nadruk meer gelegd worden op een voluntaristisch wij-denken, zoals dat bijvoorbeeld sterk aanwezig is bij de vrijwilligers van DE ROMA, maar ook van de bewonersgroep van het oude klooster in de Ploegstraat of van de leden van Ademloos en stRaten-generaal. De kracht van vrijwilligersorganisaties en actiegroepen is maatschappelijk van onschatbare waarde, maar wordt door de overheid onvoldoende gehonoreerd omdat er krachten zouden kunnen loskomen die haaks staan op of bedreigend kunnen zijn voor een overheid die liever werkt met volgzame ambtenaren. Op buurtvergaderingen bijvoorbeeld, geleid door inspraakambtenaren, is dat ‘wij’ vaak niet meer dan de optelsom van de vele ik- stemmen van de aanwezigen. ‘In de woordspeling ‘De stad is van A’ spreekt de overheid in de eerste plaats de individuele burger aan. Inspraak richt zich te weinig op het stimuleren van het debat onder de burgers zelf. De dynamiek om de ‘basis’ aan het woord te laten gebeurt al te vaak top-down, van bovenuit.

Bottom-up en top-downinitiatieven moeten elkaar echter niet bijten, maar kunnen elkaar in een goed functionerende democratie best aanvullen. Daarvoor is een stevige stedelijke duurzaamheidsdriehoek nodig waarin politici, alerte ambtenaren en wakkere burgers elkaar versterken en in evenwicht houden waardoor ‘boven’ en ‘onder’ op termijn inhoudloze begrippen worden. Daarvoor heb ik gepleit in ‘Groeten uit Borgerhout’ waarin ik als buurtbewoner van het Krugerpark een case van wijkontwikkeling neerzet. Een dynamische basisdemocratie die een werkelijke participatie aan het maatschappelijke leven kan garanderen moet veel meer zijn dan een symbolische ontmoeting tijdens de traditionele stembusgang. Het gaat in deze verkiezingen meer dan ooit om de stem van onderuit en om het respect- en begripvol omspringen met de energie die daaruit voortvloeit. Daarmee kan de gebakken lucht verdreven worden en kan de A écht stralen voor alle Antwerpenaren. Zo ver zijn we nog lang niet. Er is nog heel veel tegendraads werk aan de winkel in deze mooie stad. Een stem van onder hoort op het ‘schoon verdiep’. 14 oktober is slechts een begin voor Rood!

Help mee schrijven aan een nieuwe grammatica voor links.

Walter Lotens, medelijstduwer Rood!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: